Terug naar home
Dag 2

Borden & verkeerstekens

Verkeersborden snel leren herkennen en interpreteren.

Vier duidelijk leesbare Nederlandse verkeersborden: 50 km/u, gebodsbord, waarschuwingsbord kruispunt en een blauw informatiebord

Wat je vandaag leert

  • Waarschuwingsborden
  • Voorrangsborden
  • Verbodsborden
  • Gebodsborden
  • Aanwijzingsborden
  • Informatieborden
  • Onderborden
  • Verkeerslichten
  • Wegmarkeringen

Lesstof

Les 1

Bordcategorieën herkennen

Aan de vorm en kleur zie je al bijna wat een bord betekent. Dat scheelt je op het examen kostbare seconden.

  • Driehoek met rode rand = waarschuwing (gevaar).
  • Rond met rode rand = verbod.
  • Rond en blauw = gebod.
  • Rechthoekig blauw = aanwijzing of informatie.
Les 2

Voorrangsborden

Voorrangsborden regelen wie eerst mag. Ze zijn altijd sterker dan de standaardregel 'rechts gaat voor'.

  • Gele ruit met witte rand: voorrangsweg.
  • Omgekeerde driehoek (haaientanden op de weg): verleen voorrang.
  • Stopbord (B7): je moet stilstaan, ook als er niemand aankomt.
Les 3

Onderborden en wegmarkeringen

Een onderbord verandert de betekenis van het bord erboven, bijvoorbeeld door een tijd of doelgroep te noemen.

  • Doorgetrokken streep: niet overschrijden.
  • Onderbroken streep: overschrijden mag als het veilig is.
  • Blokmarkering: waarschuwt dat een doorgetrokken streep eraan komt.
Les 4

Alle bordseries op een rij (RVV 1990)

Nederlandse borden zijn ingedeeld in series met een letter. Ken de serie, dan ken je de functie.

  • Serie A: snelheid (A1 maximumsnelheid, A2 einde, A3 zone, A4 einde zone, adviessnelheid is rechthoekig).
  • Serie B: voorrang (B1 voorrangsweg, B3/B4/B5 voorrangskruispunt, B6 verleen voorrang, B7 stop).
  • Serie C: geslotenverklaring/verboden (C1 gesloten voor alle verkeer, C12 gesloten voor motorvoertuigen).
  • Serie D: rijrichting (D1 rotonde, D2 gebod rechts houden, D4-D7 verplichte rijrichting).
  • Serie E: parkeren en stilstaan (E1 parkeerverbod, E2 stilstaanverbod, E4 parkeergelegenheid, E6 gehandicaptenplaats).
  • Serie F: inhalen, keren en overige geboden/verboden (F1 verbod in te halen, F7 einde).
  • Serie G: soort weg (G1 autosnelweg, G3 autoweg, G5 bebouwde kom via H-borden, G11 verplicht fietspad, G12a fiets/bromfietspad).
  • Serie H: bebouwde kom begin (H1) en einde (H2).
  • Serie J: waarschuwingsborden (driehoek, o.a. J1 gevaarlijk kruispunt, J20 slipgevaar, J37 gevaar niet nader omschreven).
  • Serie K, L: bewegwijzering en informatie (L1 voetgangersoversteekplaats, L2 gehandicaptenparkeerplaats, L3 bushalte).
Les 5

Verkeerslichten en verkeersregelaars

Lichten zijn sterker dan borden, maar zwakker dan een verkeersregelaar of politie.

  • Geel = stoppen, tenzij dat niet meer veilig kan.
  • Knipperend geel: licht buiten werking, de normale voorrangsregels en borden gelden weer.
  • Rood met groene pijl: je mag alleen de richting van de pijl op, na voorrang verlenen.
  • Rijstrooklichten: rood kruis = rijstrook verboden; groene pijl = rijstrook vrij.
  • Bij defecte lichten geldt: borden > verkeersregels (rechts gaat voor).
  • Aanwijzingen van politie/verkeersregelaar gaan boven alles, ook boven groen licht.
Les 6

Wegmarkeringen en tekens op het wegdek

Strepen op de weg zijn examenstof: ze geven regels net zo hard aan als borden.

  • Doorgetrokken streep: niet overschrijden, ook niet gedeeltelijk.
  • Onderbroken streep: overschrijden mag als het veilig is.
  • Dubbele streep (doorgetrokken + onderbroken): de streep aan jouw kant telt.
  • Haaientanden: verleen voorrang aan het verkeer op de kruisende weg.
  • Stopstreep: stop met je bumper vóór de streep.
  • Blokmarkering waarschuwt dat een doorgetrokken streep begint; puntstuk/vluchtheuvel niet overrijden.
  • Fietsstrook met doorgetrokken streep mag je niet oprijden; met onderbroken streep alleen als het nodig is.

Oefenen

Bordenquiz: zie een bord, kies de betekenis, krijg direct uitleg. Fouten belanden in je herhaling.

1. Je ziet een rond bord met rode rand en een auto erin. Wat betekent dat?

2. Wat betekent een gele ruit met witte rand?

3. Je nadert een stopbord maar er komt niemand aan. Wat doe je?

4. Je ziet een rond bord met een rode rand en daarin een auto en een motor. Wat betekent dit?

5. Wat betekent een blauw rond bord met een witte pijl naar rechts?

6. Je nadert een omgekeerde driehoek (haaientanden op het wegdek). Wat betekent dit?

7. Wat betekent het bord met een oranje/gele ruit (bord B1)?

8. Een verkeerslicht springt op geel. Wat moet je doen?

9. Wat betekent een onderbord met de tekst 'uitgezonderd fietsers'?

10. Wat betekent een driehoekig bord met rode rand en een uitroepteken?

Score: 0 / 10