Terug naar home
Dag 6

Gevaarherkenning

Leren voorspellen wat er gaat gebeuren — en hoe jij reageert.

Zicht vanachter het stuur op een 30 km/u-zone waar een kind op de fiets tussen geparkeerde auto's oversteekt

Wat je vandaag leert

  • Gevaar herkennen
  • Vooruitkijken
  • Onverwachte situaties
  • Kwetsbare verkeersdeelnemers
  • Kinderen, fietsers en voetgangers
  • Slecht weer en donker
  • Druk verkeer
  • Obstakels

Lesstof

Les 1

Gevaar herkennen

Gevaarherkenning gaat over voorspellen. Je kijkt naar aanwijzingen: een bal op straat, een openslaand portier, een bus bij een halte.

  • Kijk ver vooruit en scan links, rechts en je spiegels.
  • Let op onderbenen onder geparkeerde auto's.
  • Verwacht dat kinderen onverwacht oversteken.
Les 2

De drie antwoorden op het examen

Bij gevaarherkenning kies je steeds uit: remmen, gas loslaten of niets doen. Je hebt maar 8 seconden per vraag.

  • Remmen: direct gevaar, je moet snelheid verliezen.
  • Gas loslaten: mogelijk gevaar, je wilt kunnen reageren.
  • Niets doen: geen gevaar, situatie is veilig.
Les 3

Slecht weer en donker

Regen, mist en duisternis verkleinen je zicht en verlengen je remweg. Pas je snelheid altijd aan aan het zicht.

  • Bij mist: mistlicht voor mag onder 50 meter zicht, mistlicht achter onder 50 meter zicht.
  • Rijd nooit sneller dan je remweg binnen je zichtafstand.
  • In de schemer eerder je dimlicht aan.
Les 4

Zicht, dode hoek en spiegels

Veel gevaarherkenningsvragen draaien om wat je juist níet ziet.

  • Vrachtwagens hebben een grote dode hoek rechts: blijf er nooit naast staan bij een kruispunt.
  • Kijk vóór elke manoeuvre in je spiegels én over je schouder.
  • Geparkeerde auto's, bosjes en bussen ontnemen je het zicht: verlaag je snelheid.
  • Zon laag aan de horizon of natte weg met tegenlicht: pas je snelheid aan.
  • Op kruispunten kijk je links, rechts en nogmaals links.
Les 5

Typische gevaarsignalen

Het examen laat een foto zien; jij herkent binnen 8 seconden het signaal en kiest remmen, gas los of niets doen.

  • Bal, hond of fiets bij de stoeprand → kind kan volgen: remmen.
  • Rode remlichten verderop of file-einde → gas los, klaar om te remmen.
  • Openslaand portier of iemand achter het stuur in een geparkeerde auto → gas los en ruimte houden.
  • Bus met richtingaanwijzer bij een halte binnen de kom → voor laten gaan.
  • Fietser met uitgestoken arm → hij gaat afslaan: snelheid minderen.
  • Vrachtwagen die rechtsaf gaat → nooit rechts ernaast rijden.
  • Niets doen kies je alleen bij vrij zicht, lage snelheid en geen kwetsbare verkeersdeelnemers.
Les 6

Weer, wegdek en nacht

Omstandigheden veranderen de juiste keuze bij dezelfde situatie.

  • Aquaplaning: niet remmen of sturen, gas loslaten tot de banden weer grip hebben.
  • Gladheid: rustig sturen, veel meer afstand, in een hogere versnelling wegrijden.
  • Bij zijwind op een brug of open weg: stevig sturen, extra afstand bij vrachtwagens.
  • In het donker schat je snelheid en afstand slechter in: rijd niet sneller dan je koplampbereik.
  • Bij verblinding: kijk naar de rechter wegrand en minder snelheid.

Oefenen

'Wat zou jij doen?'-situaties: remmen, gas loslaten of niets doen?

1. Je rijdt door een woonstraat in de regen. Rechts speelt een kind vlak bij de stoeprand. Wat doe je?

2. Wanneer mag je je mistlicht achter gebruiken?

3. Voor je stopt een lijnbus bij een halte binnen de bebouwde kom en geeft richting aan. Wat doe je?

Bal rolt tussen geparkeerde auto's de straat op in een woonwijk

4. Je rijdt door een woonwijk. Tussen geparkeerde auto's rolt een bal de straat op. Wat doe je?

Fietser geeft met gestrekte linkerarm aan dat hij linksaf gaat

5. Voor je rijdt een fietser die met één hand naar links wijst bij een zijstraat. Wat doe je?

Stilstaande lijnbus bij een bushalte met wachtende mensen

6. Bij een bushalte staat een bus stil met knipperende alarmlichten en veel mensen eromheen. Wat is de veiligste reactie?

Langzaam rijdende tractor met zwaailicht op een buitenweg

7. Je rijdt op een buitenweg. In de verte zie je een tractor met knipperlicht. Wat verwacht je?

Harde regen en schemer met natte weg en tegenliggers

8. Het regent hard en het is schemerig. Wat doe je met je snelheid en licht?

Voetganger wacht bij een zebrapad op een kruispunt

9. Je nadert een kruispunt en ziet een voetganger bij een zebrapad wachten. Wat doe je?

Auto voor je remt met felle remlichten zonder zichtbare reden

10. Een auto voor je remt zonder duidelijke reden af terwijl er niets te zien is. Wat doe je?

Score: 0 / 10