Terug naar homeLeren voorspellen wat er gaat gebeuren — en hoe jij reageert.

- Gevaar herkennen
- Vooruitkijken
- Onverwachte situaties
- Kwetsbare verkeersdeelnemers
- Kinderen, fietsers en voetgangers
- Slecht weer en donker
- Druk verkeer
- Obstakels
Les 1Gevaar herkennen
Gevaarherkenning gaat over voorspellen. Je kijkt naar aanwijzingen: een bal op straat, een openslaand portier, een bus bij een halte.
- Kijk ver vooruit en scan links, rechts en je spiegels.
- Let op onderbenen onder geparkeerde auto's.
- Verwacht dat kinderen onverwacht oversteken.
Les 2De drie antwoorden op het examen
Bij gevaarherkenning kies je steeds uit: remmen, gas loslaten of niets doen. Je hebt maar 8 seconden per vraag.
- Remmen: direct gevaar, je moet snelheid verliezen.
- Gas loslaten: mogelijk gevaar, je wilt kunnen reageren.
- Niets doen: geen gevaar, situatie is veilig.
Les 3Slecht weer en donker
Regen, mist en duisternis verkleinen je zicht en verlengen je remweg. Pas je snelheid altijd aan aan het zicht.
- Bij mist: mistlicht voor mag onder 50 meter zicht, mistlicht achter onder 50 meter zicht.
- Rijd nooit sneller dan je remweg binnen je zichtafstand.
- In de schemer eerder je dimlicht aan.
Les 4Zicht, dode hoek en spiegels
Veel gevaarherkenningsvragen draaien om wat je juist níet ziet.
- Vrachtwagens hebben een grote dode hoek rechts: blijf er nooit naast staan bij een kruispunt.
- Kijk vóór elke manoeuvre in je spiegels én over je schouder.
- Geparkeerde auto's, bosjes en bussen ontnemen je het zicht: verlaag je snelheid.
- Zon laag aan de horizon of natte weg met tegenlicht: pas je snelheid aan.
- Op kruispunten kijk je links, rechts en nogmaals links.
Les 5Typische gevaarsignalen
Het examen laat een foto zien; jij herkent binnen 8 seconden het signaal en kiest remmen, gas los of niets doen.
- Bal, hond of fiets bij de stoeprand → kind kan volgen: remmen.
- Rode remlichten verderop of file-einde → gas los, klaar om te remmen.
- Openslaand portier of iemand achter het stuur in een geparkeerde auto → gas los en ruimte houden.
- Bus met richtingaanwijzer bij een halte binnen de kom → voor laten gaan.
- Fietser met uitgestoken arm → hij gaat afslaan: snelheid minderen.
- Vrachtwagen die rechtsaf gaat → nooit rechts ernaast rijden.
- Niets doen kies je alleen bij vrij zicht, lage snelheid en geen kwetsbare verkeersdeelnemers.
Les 6Weer, wegdek en nacht
Omstandigheden veranderen de juiste keuze bij dezelfde situatie.
- Aquaplaning: niet remmen of sturen, gas loslaten tot de banden weer grip hebben.
- Gladheid: rustig sturen, veel meer afstand, in een hogere versnelling wegrijden.
- Bij zijwind op een brug of open weg: stevig sturen, extra afstand bij vrachtwagens.
- In het donker schat je snelheid en afstand slechter in: rijd niet sneller dan je koplampbereik.
- Bij verblinding: kijk naar de rechter wegrand en minder snelheid.
'Wat zou jij doen?'-situaties: remmen, gas loslaten of niets doen?
1. Je rijdt door een woonstraat in de regen. Rechts speelt een kind vlak bij de stoeprand. Wat doe je?
2. Wanneer mag je je mistlicht achter gebruiken?
3. Voor je stopt een lijnbus bij een halte binnen de bebouwde kom en geeft richting aan. Wat doe je?

4. Je rijdt door een woonwijk. Tussen geparkeerde auto's rolt een bal de straat op. Wat doe je?

5. Voor je rijdt een fietser die met één hand naar links wijst bij een zijstraat. Wat doe je?

6. Bij een bushalte staat een bus stil met knipperende alarmlichten en veel mensen eromheen. Wat is de veiligste reactie?

7. Je rijdt op een buitenweg. In de verte zie je een tractor met knipperlicht. Wat verwacht je?

8. Het regent hard en het is schemerig. Wat doe je met je snelheid en licht?

9. Je nadert een kruispunt en ziet een voetganger bij een zebrapad wachten. Wat doe je?

10. Een auto voor je remt zonder duidelijke reden af terwijl er niets te zien is. Wat doe je?