Terug naar home
Dag 4

Snelheid, afstand & positie

De juiste snelheid en afstand kiezen in elke situatie.

Urus op de snelweg naast een goed leesbaar bord met 100 km/u

Wat je vandaag leert

  • Maximumsnelheden
  • Aangepaste snelheid
  • Veilige afstand
  • Remweg en reactietijd
  • Snelheid bij bijzondere omstandigheden
  • Rijstrook kiezen
  • Positie op de weg
  • Invoegen en uitvoegen

Lesstof

Les 1

Maximumsnelheden

Ken de standaardsnelheden uit je hoofd; op het examen krijg je hier gegarandeerd vragen over.

  • Binnen de bebouwde kom: 50 km/u.
  • Buiten de bebouwde kom: 80 km/u.
  • Autoweg: 100 km/u.
  • Autosnelweg: 100 km/u overdag (06:00–19:00), daarbuiten vaak 120 of 130 km/u.
Les 2

Remweg en reactietijd

Stopafstand = reactieafstand + remweg. Bij twee keer zo hard rijden wordt je remweg ongeveer vier keer zo lang — ook in een Urus.

  • Reactietijd is gemiddeld 1 seconde.
  • Nat wegdek verlengt de remweg fors.
  • Houd minimaal 2 seconden afstand tot je voorganger.
Les 3

Positie, invoegen en uitvoegen

Voeg in met aangepaste snelheid en rits netjes. Op de snelweg haal je links in en keer je daarna terug naar rechts.

  • Rechts inhalen mag alleen in file of bij rijstrookgebonden verkeer.
  • Uitvoegen doe je pas op de uitvoegstrook, niet daarvoor afremmen.
  • Bij bijzondere omstandigheden (mist, regen) pas je je snelheid aan, ook onder de limiet.
Les 4

Snelheden per voertuig en situatie

Snelheden verschillen per weg én per voertuig — dit zijn kennisvragen met vaste antwoorden.

  • Auto met aanhanger: 90 km/u op autosnelweg, 80 km/u op autoweg, 80 km/u buiten de kom.
  • Erf/woonerf: stapvoets, ongeveer 15 km/u.
  • Zone 30 en zone 60 gelden tot het bord 'einde zone'.
  • Adviessnelheid (rechthoekig blauw bord) is geen verplichting, maar wel een sterke aanbeveling.
  • Bij mist, regen, sneeuw of gladheid geldt: pas je snelheid aan, ook ver onder de limiet.
  • Te langzaam rijden mag ook niet als je daarmee het verkeer hindert (op autosnelweg min. 60 km/u constructiesnelheid).
Les 5

Reactietijd, remweg en stopafstand

Reken de vuistregels uit je hoofd; het examen vraagt om schattingen.

  • Stopafstand = reactieafstand + remweg.
  • Reactieafstand ≈ snelheid in km/u gedeeld door 10, keer 3 (bij 50 km/u ≈ 15 m).
  • Remweg bij 50 km/u ≈ 15 m op droog asfalt, ongeveer het dubbele op nat wegdek.
  • Dubbele snelheid = ongeveer vier keer zo lange remweg.
  • Op de snelweg: 2-secondenregel, bij nat of slecht zicht minstens 3 seconden.
  • In een tunnel houd je minimaal 50 meter afstand.
Les 6

Autosnelweg, autoweg en verlichting

Regels die specifiek voor snelwegen en zichtsituaties gelden.

  • Op de autosnelweg: geen keren, achteruitrijden, stoppen of optrekken op de vluchtstrook (alleen bij pech).
  • Invoegen doe je met aangepaste snelheid; ritsen gebeurt op het einde van de invoegstrook.
  • Rechts inhalen mag alleen bij file, bij rijstrookgebonden verkeer of bij het uitvoegen naar rechts.
  • Dimlicht is verplicht bij duisternis en slecht zicht; overdag mag dagrijverlichting.
  • Mistlicht voor: bij zicht minder dan 200 m; mistlicht achter: alleen bij zicht minder dan 50 m.
  • Bij minder dan 50 m zicht op de snelweg rijd je maximaal 50 km/u.

Oefenen

Snelheidssituaties, afstandsvragen en situaties met slecht zicht.

1. Het is 14:00 uur en je rijdt op de autosnelweg zonder borden. Welke maximumsnelheid geldt?

2. Je rijdt twee keer zo hard. Wat gebeurt er ongeveer met je remweg?

3. Hoeveel afstand houd je minimaal tot je voorganger?

4. Wat is overdag (06.00–19.00 uur) de maximumsnelheid voor een personenauto op de autosnelweg?

5. Wat is de maximumsnelheid op een weg buiten de bebouwde kom zonder borden?

6. Waaruit bestaat de stopafstand?

7. Je rijdt 80 km/h achter een vrachtauto. Welke volgafstand is een goede vuistregel?

8. Bij dichte mist met een zicht van minder dan 200 meter, wat mag je gebruiken?

9. Je wilt invoegen op de snelweg. Wat is juist?

10. Wanneer mag je rechts inhalen op de autosnelweg?

Score: 0 / 10